>

Ecodorp Doelstelling: gezonde leefomgeving

Wonen in een gezond en duurzaam huis in een gezonde leefomgeving.

De volgende patronen zijn van toepassing op deze doelstelling:

104. HERSTEL VAN DE BOUWPLAATS **
Zet gebouwen onder geen beding op de plaatsen die het mooist zijn. Doe in tegendeel het tegenovergestelde. Beschouw het terrein en zijn gebouwen als een samenhangend en levend eco-systeem. Tast de gebieden die het waardevolst, het mooist, het aardigst en het gezondst zijn niet aan maar bouw nieuwe structuren op die delen van het terrein die op dit moment het minst aantrekkelijk zijn.

107. VLEUGELS VOL LICHT **
vleugelsModerne gebouwen zijn soms bijna volledig afhankelijk van kunstlicht.
Maar gebouwen die natuurlijk licht uitbannen zijn niet geschikt om er mensen dagenlang in op te sluiten. Rangschik elk gebouw zo dat het uiteen valt in vleugels die ruwweg overeenkomen met de belangrijkste natuurlijke sociale groeperingen in het gebouw. Maak elke vleugel lang en zo smal als u kunt: nooit meer dan 8 meter breed.

aaneengesloten108. AANEENGESLOTEN BEBOUWING *
Verbind uw gebouw waar mogelijk met de bestaande bebouwing er omheen. Voorkom breuken in de bebouwing en probeer nieuwe gebouwen te ontwerpen als een voortzetting van de oudere gebouwen.

97. VERDEKTE PARKEERTERREINEN *
Stop alle grote parkeerterreinen, of parkeergarages, achter een of andere natuurlijke afscheiding zodat de auto’s en de parkeerstructuren niet van de buitenkant gezien kunnen worden. De afscheiding die de auto’s omgeeft kan een gebouw zijn, een aantal verbonden huizen of een berg huizen, of het kunnen aarden heuvels of winkels zijn.
Maak van de ingang naar het parkeerterrein een natuurlijke poort naar de gebouwen die er door worden bediend en plaats deze ingang zo dat u de hoofdingang van het gebouw gemakkelijk vanaf de ingang van het parkeerterrein kunt zien.

103. KLEINE PARKEERTERREINEN *
1Maak parkeerterreinen klein, niet meer dan vijf tot zeven auto’s, elk terrein omgeven door tuinmuren, heggen, schuttingen, aarden wallen of bomen, zodat de auto’s van buitenaf nauwelijks zichtbaar zijn. Plaats deze kleine terreintjes zo dat ze minstens 25 tot 50 meter uit elkaar liggen.